houden van een openbaar interpellatiedebat over de dienstverlening die de gemeente Rheden uitvoert voor de gemeente Rozendaal en de financiële afspraken die daarbij zijn gemaakt. Aanleiding zijn signalen dat de vergoeding die Rozendaal voor deze dienstverlening betaalde mogelijk gedurende meerdere jaren niet altijd kostendekkend is geweest. De fractie wil duidelijkheid krijgen over de financiële gevolgen voor Rheden, de bestuurlijke verantwoordelijkheid, de wijze waarop toezicht en controle hebben plaatsgevonden en de maatregelen die nodig zijn om eventuele tekortkomingen te herstellen en herhaling te voorkom.
Een aanvraag voor een interpellatiedebat laat zien dat
een onderwerp als belangrijk en actueel wordt beschouwd. Met zo'n debat krijgt
de raad de gelegenheid om vragen te stellen en in gesprek te gaan met het
college over een kwestie die om extra aandacht of toelichting vraagt. Een
interpellatiedebat komt zelden voor en wordt doorgaans alleen ingezet wanneer
reguliere vragen of overlegmomenten onvoldoende worden geacht om de ernst van
de situatie recht te doen.
Aanstaande dinsdagavond (30 juni 2026) wordt in de
besluitvormende raadsvergadering van de gemeente Rheden gestemd over de
aanvraag. De uitslag van deze stemming bepaalt of het interpellatiedebat al dan
niet wordt gevoerd. Bij een “ja” van de raad dan wordt het interpellatiedebat
nog in dezelfde vergadering gevoerd. Bij een “nee” wordt er geen debat gevoerd
(ook niet op een later tijdstip).
Onderstaand de aanvraag voor de interpellatie:
Aanvraag interpellatiedebat inzake
dienstverlening gemeente Rheden aan de gemeente Rozendaal
Aan de voorzitter van de gemeenteraad van Rheden,
Conform artikel 43 van het Reglement van Orde verzoek ik
namens de fractie van de Volkspartij Politiek Rheden om het houden van een interpellatiedebat
over de dienstverlening die de gemeente Rheden uitvoert voor de gemeente
Rozendaal en de financiële afspraken die hieraan ten grondslag liggen.
Aanleiding
Recent is gebleken dat de gemeente Rozendaal gedurende
een langere periode mogelijk niet kostendekkend heeft bijgedragen aan de
dienstverlening die door de gemeente Rheden wordt geleverd. Hierdoor zijn
vragen ontstaan over de totstandkoming, uitvoering, monitoring en evaluatie van
de dienstverleningsovereenkomst en de financiële gevolgen daarvan voor de
gemeente Rheden.
Indien gedurende meerdere jaren sprake is geweest van een
structureel te lage vergoeding voor de geleverde diensten, kan dit betekenen
dat de gemeente Rheden kosten heeft gedragen die feitelijk voor rekening van de
gemeente Rozendaal hadden moeten komen. Daarmee rijst de vraag of sprake is
geweest van een indirecte subsidiëring van de gemeente Rozendaal door de
inwoners van Rheden. Dit raakt aan de uitgangspunten van een transparant en
doelmatig financieel beheer en aan de verantwoordelijkheid van het college om
zorgvuldig om te gaan met publieke middelen.
Gelet op de omvang en duur van deze situatie, de
mogelijke financiële gevolgen voor de gemeente Rheden en de vragen die zijn
ontstaan over bestuurlijke verantwoordelijkheid en financieel toezicht, acht
onze fractie het van belang dat de raad hierover op korte termijn in een
openbaar debat met het college in gesprek gaat.
Doel van het interpellatiedebat
Het debat heeft als doel duidelijkheid te verkrijgen
over:
·
De
aard en omvang van de door Rheden aan Rozendaal geleverde dienstverlening;
·
De
gemaakte financiële afspraken en de wijze waarop deze tot stand zijn gekomen;
·
De
periode waarin mogelijk sprake is geweest van een niet-kostendekkende
vergoeding;
·
De
financiële gevolgen voor de gemeente Rheden;
·
De
vraag in hoeverre hierdoor sprake is geweest van een indirecte financiële
bevoordeling van de gemeente Rozendaal ten laste van de gemeente Rheden;
·
De
momenten waarop het college bekend was of had kunnen zijn met deze situatie;
·
De
wijze waarop monitoring en controle hebben plaatsgevonden;
·
Eventuele
bestuurlijke, organisatorische of financiële tekortkomingen die hebben geleid
tot deze situatie;
·
De
maatregelen die het college neemt om de gevolgen te beperken en herhaling te
voorkomen.
Interpellatievragen
1.
Wanneer
heeft het college voor het eerst vastgesteld dat de door Rozendaal betaalde
vergoeding mogelijk niet in verhouding stond tot de daadwerkelijk geleverde
dienstverlening?
2.
Over
welke periode is sprake geweest van een mogelijk tekort in de vergoeding voor
de dienstverlening?
3.
Wat
is de totale financiële impact hiervan voor de gemeente Rheden, uitgesplitst
per jaar voor zover mogelijk?
4.
Welke
bestuurlijke en ambtelijke afspraken lagen ten grondslag aan de
dienstverleningsovereenkomst?
5.
Op
welke wijze zijn de kosten van de dienstverlening in de afgelopen jaren
gemonitord, geëvalueerd en geactualiseerd?
6.
Waarom
heeft deze situatie gedurende meerdere jaren kunnen voortbestaan zonder dat
correctie heeft plaatsgevonden?
7.
Is
het college van mening dat sprake is geweest van een indirecte subsidiëring of
financiële bevoordeling van de gemeente Rozendaal door de gemeente Rheden? Zo
nee, waarom niet?
8.
Welke
acties heeft het college inmiddels ondernomen richting de gemeente Rozendaal?
9.
Zijn
er mogelijkheden om financiële compensatie, verrekening of herstelafspraken te
maken en zo ja, welke?
10.Welke maatregelen neemt het college om te
voorkomen dat vergelijkbare situaties zich in de toekomst opnieuw voordoen?
11.Op welke wijze wordt de raad de komende
periode geïnformeerd over de verdere afhandeling van dit dossier?
Gelet
op het belang van financiële transparantie, rechtmatige en doelmatige besteding
van publieke middelen, goed bestuur en de controlerende rol van de gemeenteraad
verzoeken wij de raad in te stemmen met het houden van een interpellatiedebat.
Namens de fractie van de Volkspartij Politiek Rheden,
Theo Kooijmans
23 juni 2026
Bijlage: Reglement van Orde – Artikel 43 Interpellatie
1.Raadsleden dienen verzoeken
tot het houden van een interpellatie schriftelijk in bij de voorzitter. Het
verzoek bevat in ieder geval de te stellen vragen.
2.De voorzitter brengt de
inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden
en de wethouders.
3.Over verzoeken die uiterlijk
om 10.00 uur op de dag voorafgaande aan een raadsvergadering zijn ingediend of
in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, wordt tijdens de eerstvolgende
raadsvergadering gestemd. In andere gevallen tijdens de daaropvolgende
raadsvergadering.
4. De interpellant voert niet
vaker dan tweemaal het woord. De overige raadsleden, de burgemeester en de
wethouders niet vaker dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.

































